Geschiedenis

Naar een eigen begraafplaats op Kaageiland

Hieronder volgt een kleine geschiedenis van het begraven van de doden door de eeuwen heen en het streven naar een eigen begraafplaats op Kaageiland.

In de late middeleeuwen wordt Kaageiland bewoond door eenvoudige boeren, vissers en schippers. Het eiland wordt in die tijd omspoeld door heel veel water, met in het noorden het Grote Haarlemmermeer, een aaneensluiting van Kagermeer, Leidse meer, Haarlemmermeer en Spieringermeer. Het dorp Kaag (De Kaag, Caech of Caghe) slingert als een lint langs de westelijke oever van het eiland, de Kagerdijk genoemd, thans Julianalaan. Bij storm kan het rond het eiland erg spoken. Gelukkig bieden de vele inhammen en de andere eilandjes (Vogelskamp, Faljeril, De Kok) dan beschutting aan de vele beurtschippers die al varend op weg zijn van Leiden naar Amsterdam en Haarlem en omgekeerd over het Grote Haarlemmermeer, Als gevolg van deze unieke schuilplek bij storm en slecht weer telt het dorp veel herbergen, een bierhuis voor grootschalige opslag van vaten bier, een paar scheepswerfjes, en een zeilmakerij. Sinds ongeveer 1350 is er tevens sprake van een kapel op het eiland, gewijd aan de H. Maria Magdalena. Het is maar een hulpkapel, de doden mochten niet rondom de kapel begraven worden, maar moesten begraafplaats_1_1helemaal worden overgevaren naar Sassenheim om daar begraven te worden op het kerkhof van de moederkerk Sint Pancratius.

Jan Van Goyen (1596-1656) Gezicht op Kaageiland rond 1618 gezien vanaf het Grote Haarlemmermeer

Eerste predikant:
Tijdens de reformatie in 1572 begint er veel te veranderen voor de Kaagse gelovigen. Een deel van de inwoners en van de aanlandende beurtschippers bekeert zich tot de nieuwe leer. Er ontstaat een kleine Hervormde (Nederduits Gereformeerde) gemeente die ook gebruik gaat maken van de katholieke kapel. In 1581 wordt het de katholieken bij wet verboden om in de (eigen) kapel te kerken. In plaats van een priester komt er nu een predikant overgeroeid uit Sassenheim. Echter, bij slecht weer en ijsgang laat de predikant soms maanden op zich wachten. Vandaar dat rond 1600 een petitie wordt aangeboden aan de Classis en aan de Staten van Holland om een eigen predikant te mogen beroepen. We zijn inmiddels beland in het midden van de Tachtigjarige Oorlog. De Kaag is dan veruit het grootste kerkdorp van Alkemade met zo’n 700 inwoners. De eerste predikant wordt begroet in 1608 en de Kaag houdt (met tussenpozen) een eigen predikant tot op de dag van vandaag. De kapel wordt in 1618 vervangen door een nieuw kerkgebouw met spitse toren en in 1874 door het huidige kerkgebouw. Het Kaagschip op de toren herinnert nog aan de vroegere functie van schippersdorp. De doden worden echter nog steeds niet begraven op Kaageiland. Tot aan de droogmaking van de Grote Haarlemmermeer (1853) blijven de Kagers aangewezen op de vaste wal, op de begraafplaatsen van Sassenheim en Oude Wetering , waar de doden per schuit vanuit de Kerkwijck, de haven van de hervormde kerk, naartoe worden gevaren.

Een slecht huwelijk:
Eerst met de stichting van een begraafplaats in Abbenes door Dr. J.P. Heije in 1876 komt er een mogelijkheid om dichter bij huis begraven te worden. Kaag en Abbenes vormden net na de drooglegging van het Grote Haarlemmermeer één kerkelijke gemeente en de begraafplaats diende beide dorpen. Het samengaan van beide kerkelijke gemeenten geeft over en weer aanleiding tot wrevel en allerlei twisten en duurt zodoende maar kort ((1868 – 1894). Na de scheiding van de twee kerkdorpen wordt het gevoel sterker om ook op Kaageiland een eigen ‘dodenakker’ te mogen inrichten. Vooral omdat liturgisch gezien de rouwdienst geheel gericht is op het afscheid nemen in eigen vertrouwde omgeving. Men is hier gedoopt, getrouwd en wordt ook vanuit de kerk begraven. Maar de gehele liturgie wordt onderbroken door een tocht naar een begraafplaats elders op de vaste wal. Naar een ‘oneigen’ plek, daar waar men onbekend is . Serieuze plannen laten echter lang op zich wachten.

Werkgroep:
In februari 1993 wordt door de kerkenraad van de Hervormde Gemeente te Kaag een werkgroep ingesteld om te bezien of de aanleg van een eigen begraafplaats achter de kerk tot de mogelijkheden behoort. Aan deze werkgroep is de voorwaarde gesteld dat de kerkvoogdij noch in financiële zin noch in juridische zin betrokken wil worden bij dit project. Deze voorwaarden houden in dat men tot het oprichten van een stichting moet komen als rechtspersoon met eigen bevoegdheden. Om de binding met de kerkvoogdij niet geheel los te laten wil men de benodigde grond in erfpacht uitgegeven en ziet men een lid van de kerkvoogdij mettertijd zitting nemen in het stichtingsbestuur. Door de kerkenraad worden de volgende gemeenteleden aangezocht om zitting te nemen in de werkgroep ter voorbereiding van een begraafplaats op de Kaag: Daan van Gent, Bas van Stam, Willem Kortenoever, Belis Hulsbos, Jan Biemond en Jaap Donkers.

Eerste fase:
In overleg met de Hervormde Kerk, de Gemeente Alkemade, het Hoogheemraadschap van Rijnland en de Inspectie Milieuhygiëne worden technische uitgangspunten bepaald en wordt een bodemkundig-hydrologisch onderzoek verricht. Op 5 april 1994 wordt door de Heidemij (het latere Arcadis) advies uitgebracht voor het aanleggen van een begraafplaats achter de Hervormde Kerk. De kosten worden geraamd op ruim fl. 200.000, een bedrag dat zonder subsidie of lening niet haalbaar lijkt. Een verzoek om een renteloze lening bij de Gemeente Alkemade voor de inrichting van een algemene begraafplaats wordt afgewezen. De Gemeente heeft immers onlangs besloten tot de aanleg van een algemene begraafplaats in Roelofarendsveen en voldoet hiermee aan haar wettelijke plicht tot het hebben van een algemene begraafplaats en stelt dat de aan te leggen begraafplaats op de Kaag dan maar een bijzondere begraafplaats moet zijn, die wordt aangelegd en onderhouden door de kerkvoogdij van de Hervormde gemeente De Kaag.

Tweede fase:
Er wordt contact gezocht met scheepswerf Van Lent om een aangrenzend stuk land te mogen kopen om zo het terrein achter de kerk te kunnen vergroten en een betere exploitatie van de begraafplaats mogelijk te maken. De directie van de scheepswerf stelt daarop een grondruil voor en vraagt, in ruil voor de afgestane grond, een strook van de pastorietuin ter verbreding van de omleidingsweg ter plekke. Deze grondruil vindt plaats in 2002 en de officiële opname van de begraafplaats in het Bestemmingsplan volgt in 2003. Er worden nieuwe tekeningen gemaakt op basis van nieuwe wetgeving uit 2002. Er kunnen meer plaatsen worden uitgegeven, dus worden de kosten gemiddeld lager. Na het inwinnen van kerkelijk juridisch advies door Dirk Vonk, nieuw lid van de werkgroep, wordt op 15 juli 2003 besloten tot de oprichting van een Algemene begraafplaats, de verkrijging van de grond in erfpacht en tot de oprichting van een Stichting Begraafplaats Kaag. We spreken nu over 73 graven (twee-laags), een urnenwand met 27 nissen en een dubbele toegang tot de begraafplaats. De totale investeringskosten zijn inmiddels gestegen tot €170.000.

Derde en laatste fase (2005-2008):
In deze fase staat de financiering en de technische realisatie centraal. De heren Belis Hulsbos (technische zaken) en het nieuwe werkgroeplid Frans Biemond (financiën) spelen hierin een belangrijke rol. Er wordt naarstig naar sponsors gezocht (Gemeente Alkemade (fonds voormalig armenbestuur), Rabobank Braassemermeer, Stichting Talent, Vliem Uitvaartverzorging) en gelukkig is de Gemeente Alkemade nu wel bereid tot het verstrekken van een lening. Echter wel rentedragend! De beslissing tot realisatie valt uiteindelijk op 10 april 2006, op dat moment is er voldoende draagvlak en zijn er voldoende inkomsten veilig gesteld, mede door de voorverkoop van graven en plaatsen in de urnenwand. Op 24 april 2006 wordt de Stichting Begraafplaats Kaag formeel opgericht met als bestuurders Willem Kortenoever (voorzitter), Jan Biemond (secretaris), Frans Biemond (penningmeester), Henk den Butter (namens PKN-gemeente), Belis Hulsbos (ontwerp en uitvoering) en Vincent van Gerven. Vincent van Gerven is verantwoordelijk voor het opstellen van het huishoudelijk reglement. De vergunning van Rijnland blijkt inmiddels achterhaald en moet opnieuw worden aangevraagd.

begraafplaats_4_1begraafplaats_4_2Het grondwerk dient in drie fasen te worden aangebracht met een bezinkingstijd van een jaar. Grondtransport wordt geregeld via Royal van Lent.
De aannemer start in mei 2006 met als doel de oplevering van de begraafplaats medio 2008.

 

 

begraafplaats_4_3begraafplaats_4_4Nadat de zandlagen zijn aangebracht wordt ook de beschoeiing gemaakt, de urnenwand gebouwd, schelpenpaden gecreëerd en het antieke smeed-/gietijzeren toegangshek (naast de voorzijde van de kerk) geplaatst.

 begraafplaats_5_1  begraafplaats_5_2
 begraafplaats_5_3  begraafplaats_5_4

Ten slotte volgt de beplanting van de begraafplaats. De totale investering inclusief urnenwand gaat thans richting € 200.000. Op kosten van de PKN-gemeente wordt er ook nog een aula gebouwd als onderdeel van de totale restauratie en renovatie van de kerkelijke gebouwen.

Een eigen begraafplaats:
begraafplaats_5_5Op 9 mei 2009 is het eindelijk zo ver. Met het zichtbaar maken van de plaquette met de tekst: Algemene Begraafplaats Kaag, september 2008, opent burgemeester Bas Eenhoorn officieel de Algemene Begraafplaats Kaag. De datum refereert aan de opleveringsdatum van de begraafplaats door de aannemer. Voorzitter Willem Kortenoever wijst er in zijn toespraak op dat er met de komst van de begraafplaats een meerwaarde is ontstaan voor het eiland en de kerk. De doden kunnen nu eindelijk na vele eeuwen op het eiland in eigen omgeving worden begraven. Hij haalt voorts de woorden aan van de filosoof Montagne: “Wie mensen leert sterven, leert ze leven”.